Dieter Clinck had maandenlang één sportief doel voor ogen: de triatlon van Almere in september 2025. Hij trainde, leefde gezond en voelde zich in topvorm. Tot zijn hart plots een eigen ritme begon te volgen. Het begon met enkele vage klachten en eindigde met een defibrillator en ablatie. Dieter vertelt over de schrik die hij voelde, de zoektocht naar een diagnose en de weg naar herstel.
Welke klachten had je in het begin?
“Mijn klachten zijn begonnen ongeveer een week na enkele dagen ziekte. Begin januari, ik was ondertussen een half jaar bezig met de voorbereiding op de triatlon in Almere op 13 september 2025, voelde ik me niet zo lekker. Maar ik had niet het gevoel dat het een zware griep was. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik koorts had. Na een week begon ik mijn trainingen weer rustig op te bouwen en plots, toen ik ongeveer een half uurtje met mijn fiets op de Tacx aan het rijden was, kreeg ik last van hartkloppingen. Dat gevoel kwam heel snel, in een fractie van een seconde bijna. Het was alsof er een druk razendsnel vanuit mijn middenrif naar mijn hoofd steeg, gevolgd door een ongemakkelijk gevoel en dus hartkloppingen.”
Wanneer merkte je dat er iets aan de hand was met je hart?
“Aanvankelijk stond ik niet stil bij het feit dat er iets met mijn hart was. Ik had in het verleden al verschillende fietsproeven gedaan en toen bleek telkens dat ik een gezond en groot sporthart had. Ook mijn bloeddruk is altijd heel goed geweest. Maar na enkele weken en telkens opnieuw die symptomen, ik noemde het aanvallen, begon ik me toch wat zorgen te maken. Tijdens wandelingen werd het af en toe zwart voor mijn ogen, steeds weer gevolgd door hartkloppingen. Dat duurde niet lang, nauwelijks een tiental seconden, maar de aanvallen kwamen vaker en werden steeds langer. Toen ik een aanval kreeg in mijn auto en dus enkele seconden geen zicht had op de weg, besloot ik om zo snel mogelijk een cardioloog te contacteren.”
Hoe lang heeft het geduurd vooraleer je de correcte diagnose kreeg?
“Vreemd genoeg kreeg ik geen aanval toen ik bij de cardioloog de inspanningstest deed. Alles leek normaal en daarom dacht de cardioloog in eerste instantie aan hyperventilatie. Hoewel ik een behoorlijk rustige persoon ben, kon ik die diagnose wel begrijpen. Ik vermoedde dat ik onbewust te hard bezig was met de voorbereiding op de triatlon en dat ik misschien schrik had om te veel trainingsachterstand op te lopen. Die hyperventilatie leek me dus plausibel maar de cardioloog wilde me toch graag 24 uur monitoren via een tracker. Een kleine week later kreeg ik plots een telefoontje van de cardioloog: ik moest die dag nog naar de apotheek om bètablokkers en mocht zeker niet meer sporten want de oorzaak van mijn symptomen waren hartritmestoornissen.”
“Na een elektrofysiologisch onderzoek bleek dat littekenweefsel in de linkerkamer van mijn hart ervoor zorgde dat mijn hart na een bepaalde trigger, in mijn geval een overslag, in overdrive ging. Door die tachycardie of snelle hartslag liep ik het risico op een plotselinge hartstilstand.”

Wat was de oorzaak van de hartritmestoornissen?
“Dat is heel moeilijk te achterhalen. We weten wel dat, om het zo eenvoudig mogelijk proberen uit te leggen, het littekenweefsel op die plaats in mijn hart voor extra geleiding en dus veel meer hartslagen zorgt, maar we weten niet hoe het littekenweefsel daar gekomen is. Wellicht gaat het om een ontsteking in de hartspier, maar het is onmogelijk om de oorzaak van die ontsteking te weten of zelfs te achterhalen hoe lang dat geleden is.”
“Zoals ik het heb begrepen is levensstijl geen grote factor in het ontstaan van die ontsteking en dus de hartritmestoornissen, maar het is wel zo dat leeftijd, erfelijke aanleg, een hartinfarct of hartoperatie en bijvoorbeeld een hoge bloeddruk de kans op hartritmestoornissen kunnen doen verhogen.”
Hoe hebben de hartritmestoornissen je dagelijks leven beïnvloed? Had je schrik om te sporten?
“Sport mocht ik sowieso niet meer doen. Dankzij de bètablokkers kon mijn hartslag laag gehouden worden. Aanvallen heb ik sindsdien niet meer gehad, maar in de weken na de diagnose was het vooral de onzekerheid die heel mijn leven overhoop haalde. Onzekerheid op korte termijn: wat als ik straks tijdens een wandeling met mijn hond een aanval krijg, wat als ik mij te veel opjaag, … Maar ook de vooruitzichten op lange termijn zorgden voor onduidelijkheid: zou ik nog kunnen fietsen of zelfs wandelen op vakantie? De datum van de eerste ingreep lag ondertussen vast, maar die lag nog een vijftal weken ver. Die periode is heel zwaar geweest.”
Je kreeg zowel een ablatie als een defibrillator. Kan je daar iets meer over vertellen? Hoe verlopen die ingrepen?
“Ja, we hebben ervoor gekozen om eerst een defibrillator te plaatsen en twee maanden later ook een ablatie te doen. Die defibrillator zorgt voor meer veiligheid in het geval van een aanval. In mijn geval is er een extravasculaire implanteerbare cardioverterdefibrillator of EV-ICD geplaatst. Die defibrillator wordt niet op het borstbeen maar onder de linkeroksel ingebracht. Onder het borstbeen, buiten het hart, ligt een geleidingsdraad, een dunne, zachte, geïsoleerde draad met de dikte van een spaghettisliert, die informatie over mijn hartslag naar mijn defibrillator stuurt om mijn hart te monitoren. Die geleidingsdraad dient indien nodig ook therapieën toe aan mijn hart via elektrische pulsen of schokken afgegeven door de defibrillator.”
“Die ingreep is niet helemaal vlekkeloos gelopen, er waren wat complicaties, maar na een week was ik weer thuis. En toch had ik nog niet dat veilige gevoel. Ik nam nog bètablokkers maar ergens was ik nog steeds ongerust: wat als ik een aanval krijg en die defibrillator werkt niet? Ook de schrik voor de hevigheid van een eventuele shock ging af en toe door mijn gedachten. Zo ben ik een tweetal keer ’s nachts wakker geworden, in de overtuiging dat ik een shock had gevoeld. Later, bij een eerste uitlezing van de EV-ICD, bleek dat er niets aan de hand was, dus het was niets meer dan een nare droom.”
“Het was pas na de ablatie, een ingreep waarbij de geleiding door het littekenweefsel geblokkeerd wordt, dat ik me echt beter voelde. Mensen hebben het soms over een last die van de schouders valt, ik had hetzelfde gevoel. Bij mij was het een druk die van de borst afviel.”
Had je enige angst of twijfel voor de ingrepen?
“Nee, ik ben daar blijkbaar behoorlijk nuchter in. Ik vertrouw de specialisten die de kennis en kunde hebben. Misschien vreemd om te zeggen, maar ik keek eigenlijk wel met verlangen uit naar die eerste ingreep. Ik was in die periode meer bezig met de angst dat er iets zou gebeuren dan met de mogelijke gevolgen van de ziekte. Pas na de ingreep, toen de EV-ICD een nieuw onderdeel van mijn lichaam werd en ik dat bakje elke morgen in de spiegel zag, drong de veranderde toekomstvisie pas echt door. Ik besefte veel harder dat de realiteit die ik kende niet meer bestond. En nooit meer zal terugkeren.”
Hoe verloopt het herstel?
“Heel vlot. De lichamelijke gevolgen van het plaatsen van de defibrillator voelden wel veel zwaarder aan dan die van de ablatie. In de eerste ingreep werd er meer gesneden en genaaid en daardoor duurde die pijn toch bijna twee weken. Ik sliep moeilijker, niet alleen door de pijn, maar ook door het ongemak van een halve afstandsbediening die op mijn ribben lag. Het herstel na de ablatie verliep enorm snel. Na enkele dagen zat ik al op mijn fiets voor een rustig ritje van een half uur.”
“Een dikke maand na de ablatie ben ik ook begonnen met revalidatie in het ziekenhuis. Het gaf me een veilig gevoel om in de beschermde omgeving van het ziekenhuis mijn conditie weer op te bouwen en een aantal sportieve grenzen te zoeken. Vandaag kan ik weer fietsen, lopen en zwemmen maar ik doe dat steeds op basis van hartslag. De Koppenberg zie je mij niet meer oprijden. Of misschien wel met een elektrische koersfiets.”
Merkte je meteen een verschil in je klachten?
“Ja, ik heb het eerder vermeld, die ablatie was echt een bevrijding. Alsof je gaat slapen met een zware maaltijd op je maag en ’s morgens wakker wordt met een hongergevoel. Het mentale kan daarbij een rol gespeeld hebben, dat besef ik, maar voor mij was het toch echt een fysiek gevoel. Minder druk op de borst, een betere ademhaling. Soms voel ik nog een overslag, maar die wordt gelukkig niet meer gevolgd door de symptomen van een tachycardie.”
Heb je raad voor mensen die hetzelfde doormaken?
“Eerst en vooral wil ik duidelijk maken dat ik heel blij ben dat ik er nog ben, want veel mensen hebben minder geluk wanneer het gaat om hartritmestoornissen. En jammer genoeg hoor je steeds meer verhalen die slecht aflopen.”
“De raad die ik van bijna elke dokter heb gekregen, is dat ik moet beseffen dat het leven niet over is. Dat er andere zaken bestaan dan sport om betekenis te geven aan mijn leven. Ik was nooit bezeten door sport, maar het maakte wel een belangrijk deel van mijn leven uit. Maar je mag dus niet blijven stilstaan bij wat niet meer kan en je moet op zoek gaan naar een ander invulling van je leven. Eens je die tunnelvisie van je hebt afgegooid, besef je dat er nog zoveel zaken zijn die je nog niet hebt geprobeerd en die ook echt de moeite waard zijn.”
“Daarnaast wil ik mensen met dezelfde diagnose, en eigenlijk mensen met gelijk welke diagnose, aanraden om een dokter te vinden waarbij je een goed gevoel hebt. Die je vertrouwt. Het zal qua ingreep misschien niet zoveel uitmaken, maar het helpt wel voor je gemoedsrust. En dat vind ik wel belangrijk.”




















